Rotan (rattan) heeft een lange geschiedenis die teruggaat tot duizenden jaren in het oude Egypte en Zuidoost Azië, waar het voor talloze praktische en esthetische toepassingen werd gebruikt. Van een lokaal materiaal voor handwerk tot een wereldwijd handelsproduct in de koloniale tijd en een favoriet voor moderne interieurontwerpen, blijft rattan een veelzijdig en geliefd materiaal.

Rattan van de papyrus-plant werd voor het eerst ontdekt in de graven van farao’s in het oude Egypte. Het rietvlechten is een oude ambacht dat gebruik maakt van ruwe materialen die oorspronkelijk voor mandenweven werden ontwikkeld. Later werden de Romeinen geïnspireerd door het Egyptische gevlochten meubilair en adopteerden ze riet als hun eigen techniek, waarmee ze de stijl over hun rijk verspreidden.
Rattan werd duizenden jaren geleden ook ontdekt door inheemse bevolkingsgroepen in Zuidoost-Azië, waar het oorspronkelijk werd gebruikt voor praktische doeleinden zoals het maken van manden, touwen, matten en meubels. In de oude Chinese en Indische culturen werd rattan al gewaardeerd vanwege zijn flexibiliteit, sterkte en lichtheid. De stelen van de plant kunnen tot tientallen meters lang worden en zijn daarom zeer geschikt voor het maken van stevige en duurzame voorwerpen.
Historisch gezien gebruikten Indonesische gemeenschappen rotan om gereedschappen, huisvestingsmaterialen en alledaagse voorwerpen te maken. De vaardigheid van het werken met rotan werd van generatie op generatie doorgegeven, waarbij ambachtslieden geavanceerde technieken ontwikkelden om de grondstof om te zetten in prachtig vervaardigde stukken. De geschiedenis van het gebruik van rotan in traditionele Indonesische architectuur en meubels weerspiegelt de diepgewortelde verbinding tussen het materiaal en lokaal vakmanschap.

Maar spullen van rotan kwamen niet uit Indonesië, zoals vaak werd gedacht, maar uit Noordwolde waar het eerste rotanstoeltje het licht zag.
In de jaren vijftig en zestig waren ze in vrijwel elk huishouden te vinden: meubels van rotan. Je had rotanstoelen, rotantafeltjes (met een glazen blad) en ook krantenbakken en boodschappenmandjes van rotan. Het was wel oppassen, want rotanstoelen konden vrij scherpe uitsteeksels hebben, zodat je er niet zonder kleerscheuren vanaf kwam. Vooral nylons moesten het ontgelden. Tegenwoordig gaat huisraad van rotan door voor design en vintage, en moet er fors geld voor worden neergeteld.
Het spul kwam niet uit Indonesië, zoals vaak werd gedacht, maar uit het Friese Noordwolde, even ten zuidoosten van Heerenveen. Rond 1825 moet zich daar een Duitse veenarbeider hebben opgehouden die mandjes kon vlechten van in het wild groeiende wilgentenen. Hij bracht de dorpsbewoners de kunst bij, en al snel werd geld verdiend met deze huisindustrie. Toen later die eeuw dominee Hendrik Edema van der Tuuk in Amsterdam een winkel zag waar in Duitsland vervaardigde rieten stoelen werden verkocht, dacht hij: dat kunnen wij in mijn standplaats Noordwolde ook, genoeg riet en goedkope werkkracht voorhanden. Kleine bedrijfjes verrezen, en eind negentiende eeuw werden daar 200.000 stoelen per jaar gefabriceerd. In 1908 werd er de Rijksrietvlechtschool opgericht, om aankomende thuiswerkers – rietvlechters, stoelenmatters en mandenmakers – meer perspectief te kunnen bieden. Er kon een driejarige opleiding worden gevolgd. In de school, die in 1969 wegens gebrek aan leerlingen moest sluiten, is sinds 2001 het Nationaal Vlechtmuseum gehuisvest. Zijn collectie toont de sociale en culturele geschiedenis van vlechtdorp Noordwolde, maar geeft ook een beeld van de vlechtkunst en vlechtgeschiedenis wereldwijd.


Je kunt tegenwoordig in veel winkels nieuwe rotan meubels vinden, maar vintage kan ook. Hét mekka voor Nederlandse rotan-liefhebbers is het Friese Noordwolde. De meeste Nederlandse vintage rotan meubels van nu kennen hun oorsprong in dit dorp.
Verschillende rotan fabrieken, waaronder Jonkers en Rohé, vestigden zich er. Rohé Noordwolde was een van de grootste rotanfabrieken in (Noordwolde) Friesland en produceerde rotan meubels, wiegjes en houten meubels. Honderdduizenden rotan meubels zagen er het levenslicht.

Noordwolde: bakermat van rotan hype
Turfwinning was heel belangrijk voor de regio, maar dat tijdperk kwam tot een eind en de werkloosheid sloeg toe. Mensen stapten daarom over op het vlechten van manden, in eerste instantie van wilgentenen (riet). Vanaf 1900 kwam er rotan, afkomstig uit Nederlands-Indië. In de topjaren werden er in Noordwolde 270 duizend stoelen per jaar geproduceerd.
Op de Rijks Rietvlechtschool in Noordwolde leerden veel jongens in de vorige eeuw het vak van rietvlechten. Nu is in hetzelfde gebouw het Nationaal Vlechtmuseum gevestigd. Hier vind je de overblijfselen van de rotanindustrie: Van rotan stoelen, poezenmandjes, wiegjes tot grafkistjes.
Ook bekende ontwerpen van designers als Dirk van Sliedregt (zo’n beetje de eerste die het meubilair voorzag van hun nu bekende stalen onderstel), Jan des Bouvrie, Gispen en Marcel Wanders zijn hier te vinden.
